📖 Woordenlijst · Arbeidsrecht

Afkortingen & kernbegrippen← Terug naar examenschema

Woordenlijst — afkortingen en kernbegrippen

Globale woordenlijst bij de volledige cursus (Beëindiging van de arbeidsovereenkomst · Herstructurering · Collectief arbeidsrecht). Bedoeld zodat elke samenvatting begrijpelijk is, ook zonder de les te kennen.


Deel A — Afkortingen

Partijen en kernbegrippen

Afkorting Betekenis Korte uitleg
WN Werknemer Wie tegen loon en onder gezag werkt voor een werkgever.
WG Werkgever Wie de werknemer tewerkstelt en gezag uitoefent.
AOV Arbeidsovereenkomst Het (meestal individuele) contract tussen WN en WG.
CAO Collectieve arbeidsovereenkomst Akkoord tussen werkgevers(organisaties) en representatieve werknemersorganisaties over arbeidsvoorwaarden.
OV Opzeggingsvergoeding Geldsom die de partij betaalt die de AOV beëindigt zonder (correcte) opzegtermijn.
CO Collectief ontslag Ontslag van een wettelijk bepaald aantal WN binnen 60 dagen om redenen los van hun persoon.
TBE Technische bedrijfseenheid Eenheid op basis van economische én sociale criteria; bepaalt waar OR/CPBW worden opgericht (niet noodzakelijk = juridische entiteit).

Wetten en wetboeken

Afkorting Betekenis
AOW Arbeidsovereenkomstenwet (Wet van 3 juli 1978)
CAO-wet Wet van 5 december 1968 betreffende de CAO's en de paritaire comités
BW Burgerlijk Wetboek
WER Wetboek van economisch recht
KB Koninklijk besluit
AVV Algemeen verbindend verklaard — een KB maakt een CAO bindend voor iedereen in de sector (zie ook deel B)
Wet Renault Wet van 13 februari 1998 — informatie en raadpleging van het personeel bij collectief ontslag
PAB-wet Wet van 19 augustus 1948 betreffende de prestaties van algemeen belang in vredestijd (minimumdienst bij staking)

Overleg- en adviesorganen

Afkorting Betekenis Niveau
OR Ondernemingsraad Onderneming
CPBW Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk Onderneming
VA Vakbondsafvaardiging (syndicale delegatie) Onderneming
PC Paritair comité Sector
NAR Nationale Arbeidsraad Nationaal
CRB Centrale Raad voor het Bedrijfsleven Nationaal (economisch)
SERV Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Regionaal (Vlaanderen)

Vakorganisaties en overheidsdiensten

Afkorting Betekenis
ABVV Algemeen Belgisch Vakverbond (socialistische vakbond)
ACV Algemeen Christelijk Vakverbond (christelijke vakbond)
ACLVB Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België (liberale vakbond; louter gecentraliseerde structuur)
NCK Nationale Confederatie van het Kaderpersoneel (koepel voor kaderleden)
VBO Verbond van Belgische Ondernemingen (belangrijkste WG-organisatie)
VS Vaste secretaris — beroepskracht van de vakbond, vreemd aan het bedrijf (in dienst van de vakbond, niet van de WG)
RVA Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (o.a. werkloosheidsuitkeringen)
VDAB Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding
FOD WASO Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg

Rechtscolleges en rechtsbronnen

Afkorting Betekenis
HvC Hof van Cassatie (hoogste gewone rechtscollege)
GwH Grondwettelijk Hof
RvS Raad van State
REA Rechtbank van eerste aanleg
HvJEU Hof van Justitie van de Europese Unie
RS / RL Rechtspraak / rechtsleer (doctrine)

Internationale en Europese instrumenten (vrijheid van vakvereniging)

Afkorting Betekenis Kernartikel
IAO Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) Verdragen nr. 87 en 98
BUPO Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten art. 22
ESOCO Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten art. 8
EVRM Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens art. 11
(H)ESH (Herzien) Europees Sociaal Handvest art. 5–6
HGEU Handvest van de Grondrechten van de EU art. 27–28

Deel B — Kernbegrippen (definities)

Algemeen

Beëindiging van de arbeidsovereenkomst

Herstructurering

Collectief arbeidsrecht

Collectieve conflicten


Deel C — Module 1 & 2 (basis & individueel arbeidsrecht)

Basis & toepassingsgebied

De arbeidsovereenkomst

Uitvoering & schorsing